Als motorinstructeur heb je specifieke bevoegdheden om rijlessen te geven in de motorcategorieën A, A1 en A2. Deze bevoegdheden zijn wettelijk vastgelegd in de WRM (Wet Rijonderricht Motorrijtuigen) en betekenen dat je niet automatisch ook rijlessen mag geven in andere voertuigcategorieën zoals auto’s of vrachtwagens. Voor elke aanvullende categorie waarin je les wilt geven, moet je een aparte instructeursopleiding volgen en het bijbehorende WRM-certificaat behalen.
Welke bevoegdheden heeft een motorinstructeur precies?
Een motorinstructeur met WRM-certificaat categorie A mag rijlessen geven voor alle motorcategorieën: A1 (lichte motorfietsen tot 125cc), A2 (middelzware motorfietsen tot 35 kW) en A (alle motorfietsen). Deze bevoegdheid geldt uitsluitend voor tweewielige motorvoertuigen en eventueel motoren met zijspan. Je mag als motorinstructeur geen rijlessen geven in andere voertuigcategorieën zonder de bijbehorende instructeursbevoegdheid.
De wettelijke grenzen van je instructeursbevoegdheid zijn duidelijk omschreven in de WRM-wetgeving. Je mag alleen lesgeven in de categorieën waarvoor je een geldig WRM-certificaat hebt behaald. Dit certificaat moet je elke vijf jaar verlengen door bijscholingen te volgen. Tijdens je werk als motorinstructeur ben je verplicht je WRM-pas bij je te dragen en deze op verzoek te tonen aan bevoegde instanties.
Binnen de motorcategorieën heb je wel de flexibiliteit om les te geven op verschillende types motoren. Of het nu gaat om sportmotoren, toermotoren of naked bikes, met één WRM-certificaat categorie A dek je alle motortypen. Je mag ook theorieles geven voor de motorcategorieën, mits je hiervoor de juiste didactische vaardigheden hebt ontwikkeld tijdens je opleiding.
Mag je als motorinstructeur ook autorijlessen geven?
Nee, als motorinstructeur ben je niet automatisch bevoegd om autorijlessen (categorie B) te geven. Het WRM-certificaat voor motorcategorie A geeft geen enkele bevoegdheid voor het lesgeven in personenauto’s. Om autorijlessen te mogen geven, moet je een aparte instructeursopleiding categorie B volgen en het bijbehorende examen succesvol afronden.
Het verschil tussen motor- en auto-instructeursbevoegdheden zit vooral in de specifieke vaardigheden die voor elke categorie vereist zijn. Motorrijden vraagt om andere instructietechnieken dan autorijden. Denk aan balans, bochttechniek en het omgaan met weersomstandigheden op twee wielen. Auto-instructie richt zich meer op verkeersdeelname met vier wielen, parkeren en manoeuvreren in beperkte ruimtes.
Voor het behalen van een auto-instructeursbevoegdheid moet je, net als bij de motorinstructeursopleiding, voldoen aan bepaalde voorwaarden. Je moet minimaal 21 jaar zijn, in het bezit zijn van rijbewijs B en een verklaring van geschiktheid kunnen overleggen. De opleiding tot auto-instructeur duurt gemiddeld 6 tot 9 maanden en bestaat uit theorie, praktijk en stage-uren.
Hoe word je bevoegd voor meerdere voertuigcategorieën?
Om als instructeur meerdere voertuigcategorieën te mogen onderwijzen, moet je voor elke categorie een aparte WRM-opleiding volgen. Start met het bepalen welke aanvullende categorieën je wilt gaan onderwijzen. Populaire combinaties zijn motor (A) met auto (B), of auto (B) met aanhanger (BE). Voor elke categorie doorloop je een volledig opleidingstraject met theorie-examens, praktijkexamens en stage.
Het opleidingstraject voor een aanvullende categorie bestaat uit verschillende stappen. Eerst volg je theorielessen over de specifieke rijvaardigheid en didactiek voor die categorie. Daarna ga je stage lopen bij een erkende rijschool waar je onder begeleiding leert lesgeven. Je sluit af met een praktijkexamen bij het CBR waarbij je moet aantonen dat je veilig en verantwoord rijles kunt geven in de betreffende categorie.
De vereiste certificaten voor elke categorie zijn vastgelegd door het CBR. Voor categorie B (personenauto) heb je het WRM-certificaat B nodig, voor vrachtwagen categorie C het WRM-certificaat C, en zo verder. Elk certificaat heeft zijn eigen exameneisen en vernieuwingstermijnen. Het is mogelijk om meerdere certificaten tegelijk te bezitten, waardoor je flexibel kunt schakelen tussen verschillende lesvoertuigen.
Bij het plannen van meerdere opleidingen kun je soms profiteren van vrijstellingen. Heb je bijvoorbeeld al een WRM-certificaat voor categorie B, dan hoef je bepaalde algemene vakken niet opnieuw te volgen bij een opleiding voor categorie A. Dit kan de totale opleidingsduur verkorten. Informeer bij erkende opleidingsinstituten naar vacatures en opleidingsmogelijkheden voor motorinstructeurs om te zien welke combinaties het meest geschikt zijn voor jouw situatie.
Wat zijn de voordelen van meerdere instructeursbevoegdheden?
Het bezitten van meerdere instructeursbevoegdheden vergroot je werkgelegenheid aanzienlijk. Rijscholen zoeken vaak instructeurs die flexibel inzetbaar zijn voor verschillende categorieën. Met zowel een motor- als auto-instructeursbevoegdheid kun je bijvoorbeeld ’s ochtends motorlessen geven en ’s middags autorijlessen. Deze veelzijdigheid maakt je een waardevolle medewerker voor elke rijschool.
Financieel gezien levert het hebben van meerdere bevoegdheden hogere inkomsten op. Je kunt meer lesuren maken doordat je niet afhankelijk bent van de vraag naar één specifieke categorie. In de zomermaanden is er bijvoorbeeld meer vraag naar motorlessen, terwijl in de winter de vraag naar autorijlessen vaak hoger ligt. Met beide bevoegdheden heb je het hele jaar door voldoende werk.
De flexibiliteit in je werk neemt enorm toe met meerdere certificaten. Je kunt afwisseling creëren in je werkdag door verschillende soorten lessen te geven. Dit voorkomt routine en houdt je werk interessant. Bovendien kun je inspelen op seizoensgebonden vraag en heb je meer keuze in welke leerlingen je wilt begeleiden.
Voor je persoonlijke ontwikkeling als instructeur is het lesgeven in meerdere categorieën ook waardevol. Je ontwikkelt een bredere kijk op verkeersveiligheid en kunt leerlingen beter adviseren over hun rijvaardigheden in verschillende voertuigen. Deze expertise maakt je tot een completere verkeersprofessional.
Welke aanvullende opleidingen zijn er voor motorinstructeurs?
Voor motorinstructeurs die hun bevoegdheden willen uitbreiden zijn er verschillende vervolgopleidingen beschikbaar. De meest voor de hand liggende is de opleiding tot auto-instructeur (WRM B), waarmee je het grootste deel van de rijlesmarkt kunt bedienen. Daarnaast kun je kiezen voor specialistische opleidingen zoals instructeur voor vrachtwagenrijbewijs (WRM C) of busrijbewijs (WRM D).
Naast opleidingen voor andere rijbewijscategorieën zijn er ook specialistische trainingen die je kunt volgen. Denk aan opleidingen voor het begeleiden van leerlingen met faalangst, ADHD of autisme. Ook zijn er cursussen voor het geven van spoedopleidingen of het trainen van gevorderde rijtechnieken op het circuit. Deze specialisaties maken je uniek in de markt.
Voor instructeurs die zich willen richten op de theoriekant van het rijonderwijs, is er de opleiding tot theorie-instructeur. Hiermee mag je zelfstandig theorielessen verzorgen voor alle categorieën waarvoor je een WRM-certificaat hebt. Dit is vooral interessant als je liever voor de klas staat dan de hele dag in een voertuig zit.
Er zijn ook opleidingen gericht op het bedrijfsmatige aspect, zoals de opleiding tot rijschoolhouder. Hiermee kun je je eigen rijschool starten of leidinggeven aan andere instructeurs. Voor motorinstructeurs die ambitie hebben om door te groeien in de sector, biedt dit interessante carrièremogelijkheden.
Hoeveel tijd kost het om extra instructeursbevoegdheden te halen?
De tijdsinvestering voor het behalen van aanvullende instructeursbevoegdheden varieert per categorie. Voor een motorinstructeur die auto-instructeur wil worden, duurt de opleiding gemiddeld 6 tot 9 maanden bij een voltijds traject. Dit omvat theorielessen, praktijklessen en minimaal 100 uur stage. Bij een deeltijdopleiding naast je huidige werk als motorinstructeur, moet je rekenen op 9 tot 12 maanden.
De examenvereisten verschillen per categorie maar volgen een vast patroon. Je moet slagen voor een theorie-examen over verkeersregels en didactiek, een praktijkexamen eigen rijvaardigheid, en een praktijkexamen lesgeven. Tussen de examens moet minimaal twee weken zitten, wat de totale doorlooptijd beïnvloedt. Reken op ongeveer 3 tot 4 maanden vanaf het moment dat je aan de examens begint.
Voor specialistische categorieën zoals vrachtwagen (C) of bus (D) is meer tijd nodig. Deze opleidingen duren vaak 9 tot 12 maanden vanwege de complexiteit van de voertuigen en de uitgebreidere regelgeving. Ook de stage-uren zijn voor deze categorieën vaak hoger, minimaal 150 uur praktijkervaring is gebruikelijk.
De praktijkervaring die je al hebt als motorinstructeur kan de leertijd voor andere categorieën verkorten. Je beheerst al de didactische vaardigheden en kent de verkeersregels goed. Hierdoor kun je je focussen op de specifieke rijvaardigheden van de nieuwe categorie. Veel instructeurs combineren het volgen van een nieuwe opleiding met hun huidige werk, wat weliswaar langer duurt maar financieel aantrekkelijker is.
Het behalen van meerdere instructeursbevoegdheden is een investering in je toekomst als rijinstructeur. Of je nu kiest voor de combinatie motor en auto, of je richt op specialistische categorieën zoals vrachtwagen of bus, elke extra bevoegdheid vergroot je mogelijkheden op de arbeidsmarkt. Met de juiste planning en motivatie kun je binnen een jaar een complete instructeur zijn die in meerdere categorieën mag lesgeven. De flexibiliteit en werkzekerheid die dit oplevert, maken de tijdsinvestering meer dan waard.
Deel blog
Gerelateerde blogs
trekker rijbewijs
Vrachtwagenchauffeurs ontvangen diverse toeslagen zoals reiskostenvergoeding, ADR-toeslag en onregel…
trekker rijbewijs
Beginnende vrachtwagenchauffeurs verdienen €2.300-€2.800 bruto. Met certificaten en ervaring groeit…

